maandag 30 april 2007
Leeuwarder Courant


Gerben van der Veen waagt zich aan Requiem
 

Op 4 mei verzorgt kamer­koor Capella ‘92 in Heerenveen het jaarlijkse herdenkingsconcert. In het verleden heeft het bij die gelegenheid al fameuze Requiems als die van Fauré en Durufié uitgevoerd. Deze keer wordt het ‘Luceat eis’, een requiem van de hand van Capella-op­richter en dirigent Gerben van der Veen.
 

Door Wim Vervoort
 

HEERENVEEN - Honderd procent zeker weten doet hij niet, maar Gerben van der Veen gaat er van uit dat hij de eerste Fries is die zich heeft gewaagd aan de compositie van een requiem, de rooms-katholieke dodenmis. Hij liep al jaren met het plan rond, maar tijdens de afgelopen zomervakantie is hij echt aan de slag gegaan. In januari was het 40 minuten durende werk klaar.  
Componeren heeft van der Veen altijd graag gedaan, hoewel hij aan de voormalige Muziek Pedagogische Academie in Leeuwarden alleen is opgeleid voor koordirectie. In zijn studententijd schreef hij al vijftien liederen op teksten van Fedde Schurer. Zijn oeuvre is echter nadien beperkt gebleven. ‘Luceat eis’ is zijn eerste echt grote compositie. Behalve een koor komen er een fluit, een harp, een harmonium, slagwerk en pauken aan te pas.  
Vele grote componisten zijn met hun Requiem Van der Veen voorgegaan. Mozart, Verdi, Dvorak, Fauré, noem maar op. Hij kent ze allemaal tot in detail. ,,Daarom moest ik mijn hoofd eerst helemaal leegmaken, voordat ik eraan begon. Dat kostte me niet eens zoveel moeite. Ik heb bij het componeren nooit gedacht: hé, dat is nou typisch een melodie van….”
  
 
Hij omschrijft zijn stijl als traditioneel modern. Beslist geen avant-garde. Er zijn heel wat uren in gaan zitten, voornamelijk in de vakanties en de weekeinden. 
,,Soms zat ik een uur in mijn studeerkamer en had ik geen noot op papier gekregen. Soms kwamen de ideeën zo maar op. Vooral ‘s nachts. Gelukkig wist ik ze dan de volgende morgen nog en kon ik ze meteen noteren.”  

Doordat hij zijn requiem al op het jaarprogramma van Capella ‘92 had geplaatst, zette hij zichzelf wel onder druk. De laatste eindjes kostten hem de rneeste kopzorgen. Het koor was al aan de eerste repetities begonnen en ik had nog steeds het ‘Christe eleison’ uit het Kyrie niet. Ik kon het maar niet vinden. En als je dan weet dat het morgen af moet zijn, wil het helmaal niet meer.” De redding was echter nabij. Van der Veen bladerde nog eens door de schetsen die hij in een eerder stadium aan de kant had gelegd. “Ineens lag het daar. Ik weet niet eens meer waar ik die melodie oorspronkelijk voor bedoeld had, maar het paste perfect in het Kyrie.”  
Van der Veen heeft niet alleen met de muziek, maar ook met de tekst van de dodenmis geworsteld. Na rijp beraad liet hij het ‘Libera me’ vallen. ,,Ik kon er niet zoveel mee. Die middeleeuwse gedachte van bevrijd worden van de eeuwige dood en het oordeel door het vuur dat spreekt me totaal niet aan.”  
Ook het Agnus Dei leverde problemen op. ,,Als kind had ik al moeite met dat Lam Gods dat het kwaad van de wereld wegneemt. Iemand die ons tweeduizend jaar geleden van alle zonden verlost heeft”. Maar een requiem zonder Agnus Dei was toch een stap te ver. Ik heb dat proberen op te lossen in de muziek. Dat deel is in zevenachtste maat geschreven, het klinkt behoorlijk weerbarstig. Het is een soort van protest, mijn manier om rnijn worsteling met die tekst aan te geven.”  
Het ‘Luceat eis’ (Verlicht hen) heeft Van der Veen opgedragen aan zijn jong gestorven ouders, beiden fervente koorzangers. ,,Mijn vader was ook nog organist, we zijn thuis als het ware rond het harmonium groot geworden”. Het gebruik van een harmonium verwijst dan ook naar zijn gereformeerde jeugd.  

Het bleek nog een hele toer om een geschikt instrument voor de uitvoering te vinden. Het moest een drukwindharmonium zijn. Dat heeft meer volume dan het in huiselijke kring meestal gebruikte zuigwindharmonium.  
Van der Veen reisde af naar het Harmonium Museum in het Drentse Barger Compascuum. Het leek een vergeefse missie te worden. ,,Er staan daar sowieso niet veel drukwindharmoniums. En wat er was had niet de goede toonhoogte. Toen vertelden ze me dat er nog een exernplaar in de schuur stond. En dat was ‘m, precies de goede klankkleur en toonhoogte. Hij moest alleen nog gerestaureerd worden. Dat hebben ze in het museum toen met voorrang gedaan.”  

Voor repetities is Van der Veen nooit gespannen, maar de dag dat ‘Luceat eis’ voor het eerst op de lessenaar stond wel. ,,Ik weet dat mijn koorleden eerlijk durven te zeggen wat ze ervan vinden. Stel je nou voor, dacht ik, dat het ze niks zegt, dan heb ik wel een probleem. Moet je maanden aan de slag met iets waar zij geen heil in zien.”  
De reacties waren gelukkig positief. En het blijft een bijzondere ervaring om te horen wat je als componist bedacht hebt. ,,Componeren vind ik trouwens een groot woord voor wat ik doe. Maar ik dacht bij het requiem af en toe wel: zo, heb ík dat gemaakt?”


 

 

vrijdag 4 mei 2007
Friesch Dagblad

Capella ’92 zingt eigen requiem

Door Ineke Rienks
 

HEERENVEEN- Het Heerenveense kamerkoor Capella ’92 voert vanavond tijdens Dodenherdenking een bijzonder requiem op. Dit jaar wordt er namelijk geen stuk van Fauré of Duruflé gespeeld, maar een requiem gecomponeerd door de dirigent van het koor, Gerben van der Veen (50). Van der Veen is hiermee de eerste Friese componist die een requiem geschreven heeft.

De dirigent zelf blijft er bescheiden onder. ,,Ik had een drive van binnen om dit te maken. Dat ik daarbij de eerste Friese componist ben, is een bijkomstigheid.” Van der Veen liep al jaren rond met het idee voor het schrijven van een requiem. Toen hij als redacteur bij muziekuitgeverij Intrada aan componist Frank van Nimwegen vroeg een requiem te schrijven, begon het bij Van der Veen zelf ook te kriebelen. De zomer van 2006 bleek de ideale periode voor het schrijven van de mis.

Het werk is geschreven voor een bezetting van een dubbelkoor, harp, fluit, harmonium/orgel, twee marimba’s, pauken en buisklokken. Van der Veen heeft het stuk opgedragen aan zijn ouders, die beide op betrekkelijk jonge leeftijd zijn overleden. De gekozen instrumenten hebben daarom een symbolische betekenis. Zo had het harmonium letterlijk en figuurlijk een centrale plaats in het gezin waarin hij opgroeide; zijn vader speelde zondags het kerkorgel. Net als in de Japanse mythe wordt de fluit gebruikt als boodschapper tussen de wereld aan gene zijde en het aardse hier en nu. De harp kon vanwege associaties met hemelse muziek en engelen niet ontbreken, aldus de dirigent.

Van der Veen noemt zichzelf ,,zijn hele leven al dirigent”. Hij volgde een muziekopleiding en richtte in 1992 het kamerkoor Capella ’92 op. Eerder al schreef hij a cappella stukken voor koren, maar nog nooit eerder componeerde de dirigent een requiem met muzikale begeleiding. ,,Een hele uitdaging.”

Het koor en ensemble zijn klaar voor het optreden vanavond in de rooms-katholieke kerk in Heerenveen. Verschillende keren is er gerepeteerd en Van der Veen is erg tevreden met het resultaat. ,,Van tevoren weet je nooit hoe je ideeën uitpakken. Het is een lang proces en dan is de voldoening groot als alles gaat zoals gehoopt.”

Het maken van zo’n requiem smaakt naar meer, maar daar is tijd en rust voor nodig, aldus de dirigent. Op dit moment is hij druk bezig met het organiseren van een vierdaags koorfestival in Heerenveen dat in oktober moet plaatsvinden. Geen tijd dus voor het componeren van een nieuw stuk. Ideeën heeft de dirigent echter genoeg, maar ,,mijn hoofd moet eerst leeg zijn voordat ik er aan begin”.